Op 10 februari 2018 speelde VAKO JO 11-1 een uitwedstrijd in Groningen. Het betrof de openingswedstrijd van de voorjaarscompetitie tegen GRC JO 11-2.

GRC heeft 12 jeugdteams in de oude “E” leeftijdscategorie; VAKO heeft 3 E-teams. Tel daarbij op dat dit GRC-team net niet kampioen van de najaarscompetitie is geworden, als ook de roemruchte geschiedenis van GRC, waar o.a. de gebroeders Koeman ooit zijn begonnen, en een licht underdog-gevoel maakt zich van je meester. Ga je verder plussen en minnen, is de uitkomst daarvan waarschijnlijk dat een kleine nederlaag ook best een mooi resultaat kan zijn.

VAKO JO 11-1 is een hecht team van plezierig bijdehande jongens aangevuld met een getalenteerde jongedame, die het, grosso modo, leuk vinden om te voetballen, maar daarenboven het vooral ook leuk vinden om met elkaar te voetballen. Stan Alink, de coach/trainer, heeft duidelijk keuzes gemaakt voor wat betreft de positie van een ieder in het team. Dit schuurde in het begin hier en daar, maar werpt inmiddels zijn vruchten af.

De keeper doet denken aan Johan Tukker en verrast vriend en vijand door het afwisselen van momenten van genialiteit met momenten waarbij je denkt: ‘Wat doettie nu?’. Hij heeft zelf overigens altijd een uitstekende verklaring paraat, als penibele situaties achteraf worden geanalyseerd. (Maar dat had Halbe Zijlstra in eerste instantie ook, bedenk ik me nu, dus dat zegt niet alles).

Er staat een goed centraal duo achterin. Op het eerste gezicht oogt de één wat hoekig en de ander wat flegmatiek, maar dat blijkt, als je beter oplet, slechts bedoeld om de tegenstander zand, of in dit geval rubberkorrels, in de ogen te strooien. Want ze hebben alles, voelen elkaar aan, communiceren prima, en lopen voor elkaar de gaten dicht. Bovendien zijn ze allebei goed in de omschakeling, en in de opbouw. Werkelijk een genot om naar te kijken. Walter Waalderbos en Renato Tapia, beide in hun jonge jaren, doen ze mij aan denken, waarbij onze jongens wel sterker zijn in de opbouw, dan de genoemde namen.

Wie het middenveld in handen heeft, wint doorgaans de wedstrijd. Het is het Ruhrgebied van het voetbal. Het Stalingrad van de teamsporten, waarbij ik roeien en curling buiten beschouwing laat. De Wolga is sowieso ter hoogte van Wolgograd maar 8 maanden per jaar bevaarbaar, en je kunt er maar 3 maanden op curlingen; niet handig dus, maar dat terzijde. Stan posteert derhalve op het middenveld de jongens (en meisje) met de longen van een paard, met de blik van de adelaar, met de pass van het mooiste skigebied van Oostenrijk, en met het voetenwerk van Michael Boogerd tijdens ‘Sterren dansen op het ijs’, seizoen 4. Een niet aflatende druk op de bal en de tegenstander kenmerkt dit middenveld.

Voorin wordt de spitsenpositie bij toerbeurt door 2 ras-aanvallers ingevuld, waarbij bij vlagen een gezonde, noem het Roald Amundsen-Robert Scott rivaliteit de kop opsteekt. Deze zaterdag was Amundsen ziek, en moest Scott het de hele wedstrijd alleen doen. Amundsen is het type; in de diepte en idealiter in de loop op snelheid aanspelen, waarna het geheid goedkomt. Mario Kempes hoor ik u denken. Ik vind dat goed. Scott is meer het type met de bips naar de goal, in de voeten aanspelen, lekker frommelen, maar wel een snoeihard schot, en met een ijzingwekkend nauwkeurige kopbal. Mariano Bombarda ten voeten uit. Deze wedstrijd zat het Scott mee en van de 4 VAKO goals maakte hij er dan ook 4. 2 met het hoofd, beide keren uit corners van de uitstekend spelende look-a-like van Bud Brocken, en 1 schot met links en 1 schot, na een frommelsituatie, met rechts. Dit was genoeg.

De uitstekende verdediging en het prima middenveld hielden de opponent met de nodige moeite en soms met geluk, vooral in de tweede helft, in bedwang. Na rust kwamen zij tot 2 doelpunten en dropen zij, met de spreekwoordelijke staart tussen de benen, af.Eindstand 2-4. Chapot Stan en spelers.