VAKO is een mooie club en heeft een fraaie accommodatie waar het prettig toeven is, of je nu hoog of laag voetbalt. Desondanks zijn er leden die (moeten) afhaken, bijvoorbeeld als er verkast dient te worden vanwege werk dan wel liefde. Zoals Albert Tolner in 1988.

In 1988 vertrok Albert Tolner naar Winschoten, waar hij leraar natuur- en wiskunde werd op het Dollard College. En hem ook nog eens een vrouw opwachtte die het helemaal in hem zag zitten als levenspartner. Met zijn tweetjes verhuisden ze al snel naar het naburige Scheemda, waar ze zich vestigden op een prachtige stee naast die van de voormalige burgemeester - en sportfanaat - Jan Leegwater. Inmiddels is Albert met zijn 64 jaar en veertig dienstjaren met vervroegd pensioen gegaan. Een mooie gelegenheid om even achterom te kijken, naar zijn VAKO-tijd.

Albert, hoe lang bij jij VAKO-lid geweest?

Van mijn tiende tot mijn 32ste, dus 22 jaar jaar. Daarvan heb ik dik tien jaar in het eerste gespeeld, meestal als centrale verdediger. Ik debuteerde toen ik achttien was en speelde met jongens als Koos Koops, Roel Jager, Albert Schut, Willem Dekker, Geert Biemolt, Jan van der Veen en later ook nog Ep Steenbergen. Daarmee werden we een keer kampioen en promoveerden we naar de tweede klasse. Dat was trouwens nog een heel gedoe, want het bestuur had ondanks dit succes trainer Jan van Dalen ontslagen. Waarom is nooit duidelijk geworden, dat is voor mij altijd nog een raadsel. Er werd ook flink tegen geprotesteerd, zelfs met spandoeken rond het veld, maar het mocht niet baten. Simon Zoetebier moest de nieuwe trainer worden.

20210102 albert tolner

Rechts Albert Tolner als aanvoerder van VAKO.

 

Volg je VAKO nog een beetje in het Oost-Groningse?

Ja hoor, van afstand dus. Via de krant onder meer. En als VAKO hier in de buurt moet spelen, ga ik ook nog wel eens kijken. Maar met die jongens die ik net noemde, hebben we ook een reĆ¼nieclubje opgericht. Standaard trekken we er in het eerste weekeind van september met onze aanhang, vrouwen en kinderen, op uit. Dan wordt er van alles georganiseerd: klootschieten, huifkar- en fietstochtjes, skelteren, dat soort activiteiten. Weekendje Amsterdam ook. Daar hebben we een speciale commissie voor ingesteld, die dat bedenkt. Het is elk jaar weer een verrassing waar we heengaan. Pas op het laatste moment krijgen we dat te horen. Altijd heel gezellig, dat zul je begrijpen. En dan komt VAKO uiteraard ook ter sprake.

Heb je, tot slot, nog een leuke anekdote uit jouw VAKO-tijd?

Ja, wel twee ook. Maar laat ik deze nemen: we moesten met het eerste een uitwedstrijd spelen ergens in Friesland. Daar gingen we altijd met auto's heen. Ik zat met enkele andere spelers in de auto van Thijs Gelissen, die was toen voorzitter. Eenmaal in het veld liep het van geen kant, we werden helemaal weggespeeld. Het was bar en boos. Met als hoogtepunt, nou ja dieptepunt dus, een eigen doelpunt van Anne van Dijk, een zwager van Wessel Rona. Hij wilde met een technisch hoogstaand hakje terugspelen op onze keeper, maar dat mislukte grandioos. De heer Gelissen, die er slecht tegen kon als VAKO verloor, werd zo kwaad dat-ie onmiddellijk in zijn auto stapte en in zijn eentje terug naar Vries reed. En ons met een vervoersprobleem achterliet. In feite was het pure desertie. Met veel passen en meten kon uiteindelijk iedereen mee terug. Dat zijn dingen die je nooit weer vergeet.

Dick Heuvelman